ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0773
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Brouwer
- D. Hund
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag accijns en omzetbelasting wegens ongebanderolleerde sigaretten
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of belanghebbende terecht een naheffingsaanslag accijns en omzetbelasting is opgelegd voor het voorhanden hebben van ongebanderolleerde sigaretten.
Belanghebbende werd in een strafrechtelijk onderzoek als verdachte aangemerkt en er is vastgesteld dat hij in de periode 2001-2003 circa 400.000 ongebanderolleerde sigaretten voorhanden had en verhandelde zonder afdracht van omzetbelasting. De inspecteur legde op basis hiervan een naheffingsaanslag op.
Belanghebbende stelde dat hij de sigaretten niet in eigendom had en slechts als willoos werktuig van zijn werkgever handelde. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende zich bewust en actief met de handel had ingelaten en daarom de sigaretten voorhanden had gehad. Tevens was onvoldoende gebleken dat de werkgever betrokken was.
De rechtbank achtte de schatting van de inspecteur over de hoeveelheid sigaretten redelijk en verwierp het betoog van belanghebbende dat de naheffingsaanslag aan zijn werkgever moest worden opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag accijns en omzetbelasting is ongegrond verklaard.