ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0795
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op heffingskortingen bij minder dan zes maanden inschrijving kind
Belanghebbende kreeg op 29 juli 2006 een kind dat op 31 juli 2006 in de gemeentelijke basisadministratie op haar adres werd ingeschreven. De kern van het geschil betrof het recht op kinderkorting, combinatiekorting, aanvullende combinatiekorting, alleenstaande-ouderkorting en aanvullende alleenstaande-ouderkorting voor het jaar 2006.
De wet stelt als voorwaarde dat het kind gedurende meer dan zes maanden in hetzelfde kalenderjaar op hetzelfde adres moet zijn ingeschreven. Omdat het kind minder dan zes maanden was ingeschreven, oordeelde de rechtbank dat belanghebbende niet aan deze voorwaarde voldeed en dus geen recht had op genoemde kortingen.
Belanghebbende voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat bij overlijden van het kind binnen zes maanden voorlopige teruggaaf niet hoeft te worden terugbetaald, terwijl dit niet geldt bij geboorte binnen zes maanden. De rechtbank verwierp dit beroep, omdat het begunstigend beleid bij overlijden is gericht op het voorkomen van ongewenste hardheid die niet vergelijkbaar is met de situatie bij geboorte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op heffingskortingen wordt ongegrond verklaard omdat het kind minder dan zes maanden was ingeschreven.