ECLI:NL:RBBRE:2008:BF4864
Rechtbank Breda
- Verzet
- Van der Weide
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verstekvonnis wegens ontbreken principaal verweer in verzetprocedure
In deze civiele verzetprocedure vordert HGM Consultants BV betaling van een provisiebedrag van 15% over een toegekende subsidie aan opposante, [eiser]. Bij verstek is deze vordering reeds toegewezen. [Eiser] stelde in haar verzet dat zij niets wist van een schuld aan HGM en betwistte de vordering.
De rechtbank oordeelt dat het verzetdagvaardingsexploot als conclusie van antwoord moet voldoen aan het vereiste van concentratie van verweer volgens artikel 128 lid 3 Rv Pro. Dit houdt in dat ten minste een principaal verweer moet worden aangevoerd. Nu [eiser] geen principaal verweer heeft gevoerd en slechts haar onbekendheid met de schuld aanvoert, vervalt haar recht om later alsnog principale verweren op te werpen.
Gezien het ontbreken van principaal verweer verklaart de rechtbank het verzet ongegrond en bekrachtigt het verstekvonnis van 29 augustus 2007. Tevens wordt [eiser] veroordeeld in de kosten van het verzet, begroot op EUR 384,00. De uitspraak is op 1 oktober 2008 in het openbaar gewezen door rechter Van der Weide.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis bekrachtigd met veroordeling van opposante in de kosten van het verzet.