ECLI:NL:RBBRE:2008:BF5082
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij intrekking bijstandsuitkering wegens niet-naleving arbeidsverplichtingen
Verzoeker ontving een bijstandsuitkering die werd ingetrokken nadat hij een arbeidsovereenkomst voor 40 uur per week sloot, terwijl medisch was vastgesteld dat hij slechts 20 uur per week kon werken. Verzoeker is vanwege psychische klachten opgenomen geweest en is niet aan het werk gegaan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de arbeidsverplichting niet aansluit bij de medische beperkingen van verzoeker en dat hij niet redelijkerwijs over inkomsten uit arbeid kon beschikken. De arbeidsovereenkomst met Workstar hield geen rekening met de beperkingen en is waarschijnlijk stilzwijgend beëindigd vóór aanvang.
De rechtbank stelt dat verweerder de bijstand moet voortzetten als voorlopige voorziening en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Er is geen aanleiding voor een voorlopige voorziening tegen het besluit over de vaststelling van arbeidsverplichtingen.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige afweging van medische beperkingen bij het vaststellen van arbeidsverplichtingen en het respecteren van de rechten van bijstandsgerechtigden.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt geschorst en de bijstand wordt voortgezet als voorlopige voorziening.