ECLI:NL:RBBRE:2008:BG1676
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting gedoogde coffeeshop wegens overtreding Opiumwet
Verzoeker exploiteert een gedoogde coffeeshop in Tilburg die op 10 juni 2008 is gecontroleerd door politie en gemeentelijke handhaving. Daarbij werd vastgesteld dat er meer dan de toegestane hoeveelheid softdrugs (5 gram per transactie) aan zeven bezoekers was verkocht en dat er een handelsvoorraad softdrugs aanwezig was die de toegestane 500 gram overschreed, inclusief een houten schuurtje op het perceel.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester tot sluiting van de coffeeshop voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Hij voerde aan dat het schuurtje niet tot de coffeeshop behoorde en dat niet vaststond dat de bezoekers de drugs bij zijn coffeeshop hadden gekocht. Ook stelde hij dat het besluit disproportioneel was en in strijd met artikel 6 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het schuurtje onderdeel is van de coffeeshop en dat de burgemeester bevoegd was bestuursdwang toe te passen. De verklaringen van de medewerkers en bezoekers werden minder zwaar gewogen dan het proces-verbaal en de waarnemingen van het Joint Hit Team. Het gemeentelijke beleid en de Richtlijnen voor bestuursdwang werden correct toegepast. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het belang van handhaving van de Opiumwet zwaarder woog dan het nadeel voor verzoeker.
De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig op 6 oktober 2008 en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de coffeeshop wordt afgewezen.