ECLI:NL:RBBRE:2008:BG1884
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag en vergrijpboete wegens niet gedane aangifte vennootschapsbelasting
Belanghebbende heeft voor het jaar 2000 geen aangifte vennootschapsbelasting gedaan ondanks uitreiking van een aangiftebiljet. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op van €230.233 en een vergrijpboete van €36.634 wegens opzettelijk niet verantwoorde omzet.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur slaagt in zijn bewijs dat belanghebbende willens en wetens de kans aanvaardde dat te weinig belasting werd geheven, wat voorwaardelijk opzet inhoudt. De bewijslast voor de navorderingsaanslag is omgekeerd vanwege het niet doen van aangifte, waardoor belanghebbende moet aantonen dat de aanslag onjuist is.
Belanghebbende slaagt slechts gedeeltelijk in het leveren van tegenbewijs, met name voor een factuur die niet als omzet wordt erkend. De navorderingsaanslag wordt daarom verminderd tot een belastbaar bedrag van €212.378,35. De boete wordt eveneens verminderd tot €18.000 wegens undue delay.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boete worden verminderd wegens gedeeltelijk gegrond beroep en undue delay.