ECLI:NL:RBBRE:2008:BG1980
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- C.A.F.M. Stassen
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onvoldoende bewijs vervoer naar andere lidstaat
Belanghebbende, een onderneming in detail- en groothandel in kleding en accessoires, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1996-1997. De inspecteur stelde dat de leveringen aan een Luxemburgse firma geen intracommunautaire leveringen waren omdat onvoldoende bewijs werd geleverd dat de goederen daadwerkelijk naar Luxemburg waren vervoerd.
Belanghebbende had facturen en zelf ingevulde vrachtbrieven (CMR’s) overgelegd, maar deze waren onvoldoende omdat het afleveradres een postadres bleek te zijn en geen bewijs werd geleverd van daadwerkelijke aflevering. Het correcte BTW-identificatienummer van de afnemer was bovendien pas later verstrekt en gold pas vanaf na de leveringsperiode. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet voldeed aan de bewijslast voor toepassing van het nultarief.
De naheffingsaanslag werd daarom terecht opgelegd, maar de rechtbank matigde de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn en de financiële situatie van belanghebbende. De boete werd teruggebracht tot nihil. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd en de boete teruggebracht tot nihil wegens onvoldoende bewijs van vervoer naar Luxemburg en financiële omstandigheden.