ECLI:NL:RBBRE:2008:BG2033
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingen aan voormalige cliënte geen ondernemingskosten voor advocaat
Belanghebbende, een advocaat, heeft in het jaar 2003 een bedrag van €112.500 betaald aan een voormalige cliënte met wie hij een seksuele relatie had. Hij stelde dat deze betalingen het gevolg waren van chantage, afpersing en oplichting en dat zij als ondernemingskosten konden worden afgetrokken om schadelijke publiciteit voor zijn onderneming te voorkomen.
De inspecteur betwistte de aftrek van deze kosten en stelde dat de betalingen in de privésfeer lagen. De rechtbank oordeelde dat het aangaan van een seksuele relatie tussen een advocaat en zijn cliënte niet binnen de zakelijke verhouding valt, maar een privéaangelegenheid betreft. De betalingen zijn dan ook geen kosten die ten laste van de winst uit de onderneming kunnen worden gebracht.
Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de betalingen niet in de privésfeer liggen. Ook het argument dat het om alimentatiebetalingen zou gaan faalde, omdat het kind waarvoor de betalingen zouden zijn gedaan niet van belanghebbende bleek te zijn.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aftrek van de betalingen als ondernemingskosten af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aftrek van de betalingen als ondernemingskosten af.