ECLI:NL:RBBRE:2008:BG2036
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar naheffingsaanslag en boete ten onrechte verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting en een vergrijpboete. De inspecteur stelde dat de aanslag en boete op 26 september 2006 waren verzonden, waarmee het bezwaar te laat zou zijn. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat hij pas op 12 september 2007 bekend was met de aanslag en boete.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur de bewijslast draagt voor het aanvangstijdstip van de bezwaartermijn en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslag en boete eerder dan 12 september 2007 zijn verzonden. Hierdoor was het bezwaar van belanghebbende tijdig ingediend op 23 oktober 2007.
De rechtbank vernietigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar, verwees de zaak terug naar de inspecteur voor een nieuwe beslissing op bezwaar en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Er werd geen inhoudelijke beoordeling van het geschil gegeven, omdat partijen hier niet om hadden verzocht.
Uitkomst: Het bezwaar van belanghebbende is tijdig en de niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd; de zaak wordt terugverwezen naar de inspecteur.