ECLI:NL:RBBRE:2008:BG4232
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Leijten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering kunstenaar wegens vrees vernietiging BKR-kunstwerken
Eiser, een beeldend kunstenaar, vordert van de gemeente Breda vergoeding en herstel van drie BKR-kunstwerken die niet meer traceerbaar zijn. Hij baseert zijn vorderingen op artikel 25 lid 1 sub d van Pro de Auteurswet, stellende dat de onvindbaarheid een inbreuk vormt op zijn eer en goede naam.
De gemeente Breda betwist vernietiging en wijst op het grote aantal aangeschafte kunstwerken in de jaren '70 en '80, waarbij registratie destijds niet volledig was. De rechtbank overweegt dat eiser slechts vreest dat de kunstwerken vernietigd zijn, maar dit niet stelt of bewijst.
Zelfs aangenomen dat vernietiging heeft plaatsgevonden, levert dit geen aantasting van het auteursrecht op grond van de Auteurswet. De niet-sluitende documentatie wordt niet als onrechtmatig jegens eiser beschouwd. Bijzondere omstandigheden die dit anders maken, zijn niet gesteld.
Daarom verklaart de rechtbank eiser niet-ontvankelijk in zijn vorderingen en veroordeelt hem in de proceskosten van de gemeente Breda. Het vonnis is gewezen door mr. Leijten en uitgesproken op 12 november 2008.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.