ECLI:NL:RBBRE:2008:BG4259
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot opheffing van de vereffening wegens geringe baten nalatenschap
De erfgenamen van de overleden erflater hebben een verzoek ingediend tot opheffing van de vereffening van de nalatenschap op grond van artikel 4:209 BW Pro, vanwege de geringe waarde van de baten en de oninbaarheid van de schulden. Uit de overgelegde vermogenbeschrijving blijkt dat alle bekende schuldeisers, waaronder de hypotheekhouder met een restantschuld van €16.665,98, hun vorderingen als oninbaar hebben afgeboekt. Daarnaast is een uitkering uit een levensverzekering conform standaardbegunstiging rechtstreeks aan de erfgenamen uitgekeerd en maakt deze geen deel uit van de nalatenschap.
De kantonrechter oordeelt dat sinds het overlijden van de erflater meer dan twee jaar zijn verstreken en dat er voldoende aannemelijk is dat de nalatenschap vrijwel geen baten bevat. Daarom kan worden afgezien van nader onderzoek of het horen van vereffenaars en boedelnotaris. De vereffeningskosten worden vastgesteld op €3.272,50. Vanwege onvoldoende saldo wordt bepaald dat publicatie van de opheffing achterwege kan blijven.
De beschikking beveelt de opheffing van de vereffening, stelt de kosten vast en regelt de aansprakelijkheid voor deze kosten. Het beroepschrift kan binnen drie maanden worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch via een advocaat.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van de vereffening wordt toegewezen en vereffeningskosten vastgesteld; publicatie wordt achterwege gelaten.