ECLI:NL:RBBRE:2008:BG5838
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling omzetbelasting voor bemiddeling krediet door belanghebbende
Belanghebbende betwistte een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2002-2003 en stelde dat haar prestaties onder de vrijstelling voor bemiddeling inzake krediet vielen. De rechtbank overwoog dat vrijstellingen strikt moeten worden uitgelegd en dat de bewijslast bij de aanvrager ligt.
De rechtbank baseerde zich op het arrest van het Hof van Justitie in de zaak CSC Financial Services, waarin bemiddeling wordt gezien als een tussenpersoonactiviteit die niet de plaats inneemt van een partij bij een overeenkomst. Belanghebbende leverde slechts gegevens van potentiële klanten aan een tussenpersoon die de kredietaanvragen afhandelde.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende slechts een deel van materiële handelingen uitvoerde en niet als bemiddelaar in de zin van de Wet OB kan worden aangemerkt. De naheffingsaanslag werd daarom gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter W. Brouwer op 12 november 2008 in aanwezigheid van griffier M.C.G. Spierings - van Kessel.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting is ongegrond verklaard.