ECLI:NL:RBBRE:2008:BG6190
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontruiming gehuurde woning wegens onvoldoende spoedeisend belang
De Stichting Wonen West Brabant (WWB) vorderde in kort geding de ontruiming van een woning die zij verhuurde aan gedaagde, wegens vermeende woonfraude en onbevoegde onderverhuur. Daarnaast vorderde WWB betaling van genoten inkomsten uit onderhuur, een boete en wettelijke rente.
Gedaagde betwistte de vorderingen en stelde dat de ondertekende huuropzegging vernietigbaar was wegens misbruik van omstandigheden. Ook werd de inhoud van het proces-verbaal betwist en werd aangevoerd dat de derde slechts een tijdelijke logé was.
De rechtbank oordeelde dat het onvoldoende aannemelijk was dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming zou worden uitgesproken. Tevens ontbrak het spoedeisend belang bij de geldvorderingen, waardoor WWB niet-ontvankelijk werd verklaard voor die onderdelen. De gevorderde ontruiming werd afgewezen vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden die een onmiddellijke voorziening rechtvaardigen.
WWB werd veroordeeld in de proceskosten ten gunste van gedaagde.
Uitkomst: Vordering tot ontruiming afgewezen en WWB niet-ontvankelijk verklaard voor geldvorderingen wegens ontbreken spoedeisend belang.