ECLI:NL:RBBRE:2008:BG6312
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid aanslag baatbelasting wegens ontbreken van baat bij rioleringsvoorziening
Belanghebbende kreeg een aanslag baatbelasting opgelegd van €3.400 voor rioleringsvoorzieningen nabij zijn onroerende zaak. De voorzieningen betroffen het leggen van rioolleidingen, pompgemalen en bijbehorende werkzaamheden.
Voorafgaand aan de verlenging van de rioleringsbuis lag er al een bestaande buis op circa 25 meter afstand van de perceelsgrens, waarop belanghebbende niet was aangesloten. Verweerder stelde dat de verlenging en aansluiting op de nieuwe riolering doelmatiger was en dat de onroerende zaak daardoor was gebaat.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet slaagde in de bewijslast dat de onroerende zaak objectief in een betere positie is gekomen door de verlenging. Zowel feitelijk als beleidsmatig had belanghebbende al vóór de verlenging kunnen aansluiten op de bestaande riolering. De kortere huisaansluiting vormt geen wezenlijke verbetering in de zin van baatbelasting.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar en de aanslag vernietigd, en werd de gemeente verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De aanslag baatbelasting is vernietigd omdat de onroerende zaak niet objectief is gebaat bij de verlenging van de rioleringsbuis.