ECLI:NL:RBBRE:2008:BG6898
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde agrarische varkensveehouderij en onterecht toepassen niet-woningtarief
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van een intensieve varkensveehouderij in agrarisch gebied, betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €421.000 per 1 januari 2005. Verweerder baseerde de waarde op een matrix en een taxatiewijzer voor agrarische gebouwde deelobjecten, maar gaf onvoldoende inzicht in de totstandkoming en regionale verschillen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde correct is vastgesteld, mede omdat de gebruikte referentieobjecten te ver van de waardepeildatum liggen en essentiële verschillen in bouwjaar, inhoud en ligging niet zijn meegenomen. Belanghebbende stelde een waarde van €365.760,- voor, maar de rechtbank achtte dit ook niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank stelt de waarde in goede justitie vast op €389.000, waarvan circa 74% kan worden toegerekend aan woninggedeelten. Hierdoor is de onroerende zaak ten onrechte als niet-woning aangemerkt en is het niet-woningtarief onjuist toegepast. De aanslagen gebruikersbelasting en eigenarenbelasting worden dienovereenkomstig verminderd.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €389.000 en het niet-woningtarief is onterecht toegepast, waardoor de aanslagen worden verminderd.