ECLI:NL:RBBRE:2008:BG8224
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.C. Blommers
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- N. van Duijn
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor kennelijk onbehoorlijk bestuur bij niet-betaalde loonbelasting na faillissement
Belanghebbende was bestuurder van een groep van vier BV’s die failliet zijn verklaard. De ontvanger stelde hem aansprakelijk voor de niet betaalde naheffingsaanslagen loonbelasting van drie BV’s. De rechtbank beoordeelde per vennootschap of sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur, zoals vereist volgens het arrest van de Hoge Raad van 26 oktober 2001.
Voor BV3 erkende de ontvanger dat aansprakelijkheid niet kon worden vastgesteld, zodat de vordering voor deze BV werd afgewezen. Voor BV1 en BV2 concludeerde de rechtbank dat belanghebbende door onder meer het onttrekken van grote bedragen, het oneigenlijk gebruik van de G-rekening, het crediteren van facturen vlak voor faillissement en het niet inzichtelijk maken van kredietopzeggingen verwijtbaar tekort is geschoten. Dit gedrag leidde tot ernstige liquiditeitsproblemen en het niet betalen van loonbelastingschulden.
De rechtbank vernietigde de eerdere uitspraak op bezwaar en beperkte de aansprakelijkheid tot € 801.511. Tevens veroordeelde zij de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd gedaan op 9 december 2008 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De aansprakelijkheid van de bestuurder wordt verminderd tot € 801.511 wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur bij twee BV’s, maar vervalt voor de derde BV.