ECLI:NL:RBBRE:2008:BH1326
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herwaardering verpachte landbouwgrond en stakingswinst bij bedrijfsopvolging in maatschap
Belanghebbende, een landbouwer die zijn onderneming overdroeg aan zijn dochters via een maatschap, stelde dat verpachte grond met toepassing van de foutenleer alsnog naar het privévermogen kon worden overgebracht, waardoor bij verkoop geen belastbare winst zou ontstaan. De rechtbank oordeelde dat de keuze voor ondernemingsvermogen onherroepelijk was geworden en dat de verpachting in 1998 geen verplichte overgang naar privévermogen rechtvaardigde.
Daarnaast was in geschil of bij staking van de onderneming de grond moest worden gewaardeerd tegen de waarde in verpachte staat (WEVAB) of de waarde in het economisch verkeer (WEV). De rechtbank concludeerde dat het voortzettingsbeding in de maatschapakte, dat overdracht tegen WEVAB mogelijk maakte, berustte op persoonlijke voorkeuren en niet op zakelijke gronden. Daarom moest de grond worden gewaardeerd tegen de WEV.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen vast op een belastbaar bedrag van ƒ 917.226. Proceskosten werden niet toegekend omdat belanghebbende daarop had verzicht.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 917.226 conform de waardering van de grond als ondernemingsvermogen tegen de waarde in het economisch verkeer.