ECLI:NL:RBBRE:2008:BI4220
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigenwoningforfait in aanslag inkomstenbelasting 2005
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2005, specifiek tegen de toepassing van het eigenwoningforfait bij de aanslag. De inspecteur had het forfait van € 1.087 in aanmerking genomen naast de aftrekbare hypotheekrente van € 5.673, conform de aangifte van belanghebbende.
De kern van het geschil was of het eigenwoningforfait terecht was meegenomen, waarbij belanghebbende zich beroept op het gelijkheidsbeginsel. Hij stelde dat het forfait niet in aanmerking zou mogen worden genomen indien het hoger is dan de aftrekposten, zoals bij andere belastingplichtigen.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn: belanghebbende brengt een veelvoud van het forfait aan hypotheekrente in aftrek, anders dan belastingplichtigen met geringe of geen schuld. Tevens is het niet aan de rechter om de innerlijke waarde van de wet te toetsen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en is de aanslag gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2005 wordt ongegrond verklaard en het eigenwoningforfait terecht in aanmerking genomen.