ECLI:NL:RBBRE:2008:BK5226
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigenaftrek en urencriterium bij artiest met parttime dienstbetrekking
Belanghebbende, werkzaam als zelfstandig artiest met daarnaast parttime dienstverbanden, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2003. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van winst uit onderneming en of het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek was gehaald.
De rechtbank definieerde onderneming als een organisatie gericht op deelname aan het economische verkeer met het oogmerk winst te behalen. Gelet op zelfstandigheid, meerdere opdrachtgevers en ondernemersrisico kwalificeerde zij de activiteiten als onderneming. De parttime dienstbetrekkingen stonden het zelfstandig ondernemerschap niet in de weg.
Voor het urencriterium werd een overzicht van 1321 uren overlegd, maar de rechtbank concludeerde dat niet alle uren aan de onderneming konden worden toegerekend. Overnachtingsuren, studie, concertbezoeken en therapie waren deels niet of slechts deels ondernemingsgerelateerd. Hierdoor werd niet voldaan aan het vereiste van 1225 uren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 13 december 2008 openbaar uitgesproken door rechter Engel.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen wordt ongegrond verklaard omdat het urencriterium niet is gehaald.