ECLI:NL:RBBRE:2008:BK8558
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 1998, opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 61.365. De inspecteur had het bezwaar afgewezen en belanghebbende stelde dat de onderneming in dat jaar voor rekening en risico van een B.V. in oprichting werd gedreven, waardoor de opbrengsten niet bij haar belast mochten worden.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende deze stelling niet aannemelijk had gemaakt. De intentieverklaring waarop zij zich baseerde was niet geloofwaardig, omdat deze een inschrijfnummer bevatte dat pas jaren later werd toegekend. Daarnaast werden door belanghebbende aangevoerde aftrekposten zoals verzekeringspremies, leasekosten en contributies niet onderbouwd met betalingsbewijzen of zakelijke motieven.
De rechtbank verwierp ook het verweer dat sprake zou zijn van dubbele heffing bij de B.V. in oprichting, omdat dit niet nader was onderbouwd. Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en zag zij geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 is ongegrond verklaard.