ECLI:NL:RBBRE:2008:BM5856
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht en premieplicht Nederland voor werkzaamheden aan boord van schip voor Nigeriaanse kust
Belanghebbende, woonachtig in België en in dienst bij een Nederlands zeesleep- en bergingsbedrijf, werkte in 2003 234 dagen waarvan 22 dagen in Nederland of Nederlandse wateren en de rest voor de Nigeriaanse kust aan boord van een zeesleper. De inspecteur legde hem aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op, welke belanghebbende betwistte.
De rechtbank stelde vast dat op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 en het belastingverdrag tussen Nederland en België de beloning van belanghebbende wordt geacht te zijn verkregen in Nederland, omdat de leiding van de onderneming in Nederland is gevestigd. Het beroep op het belastingverdrag met Nigeria werd verworpen omdat belanghebbende geen inwoner van Nederland of Nigeria is.
Ook de premieplicht werd bevestigd op basis van EG-Verordening nr. 1408/71 en Nederlandse sociale zekerheidswetgeving. Het beroep op het Verdrag inzake de volle zee en andere internationale verdragen werd afgewezen omdat deze niet van toepassing zijn op de sociale verzekeringsplicht voor werkzaamheden in territoriale wateren of op het continentaal plat.
Het vertrouwensbeginsel werd door de rechtbank verworpen, omdat eerdere situaties onder een ander belastingverdrag vielen en de inspecteur in bezwaarprocedures geen rechtsgeldig vertrouwen had gewekt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de Nederlandse belasting- en premieplicht voor de werkzaamheden van belanghebbende in 2003.