ECLI:NL:RBBRE:2008:BM5879
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling winst uit onderneming en gebruikelijk loon bij belastingaanslag 2004
Belanghebbende, commanditair vennoot van een administratiekantoor en directeur van een BV, betwistte de aanslag inkomstenbelasting 2004. Kern van het geschil was de fiscale behandeling van een lening verstrekt onder de Tante Agaath-regeling en de vaststelling van het gebruikelijk loon uit zijn aanmerkelijk belang.
De rechtbank oordeelde dat de lening terecht als privévermogen werd aangemerkt, omdat belanghebbende dit zo in zijn aangifte had verwerkt en de lening niet tot zijn ondernemingsvermogen behoorde. De zakelijke voorwaarden van de lening deden hieraan niet af.
Daarnaast werd het loon van €13.000 dat via een BV aan belanghebbende was doorgeboekt, door de inspecteur terecht aangemerkt als loon in de zin van artikel 12a Wet LB 1964. Gezien het aanmerkelijk belang en het ontbreken van andere loonbetalingen werd het loon vastgesteld op het minimumgebruikelijk loon van €17.120. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2004 wordt ongegrond verklaard en het gebruikelijk loon vastgesteld op €17.120.