ECLI:NL:RBBRE:2008:BO5418
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale kwalificatie van exploitatie onroerende zaken en aftrek buitengewone uitgaven
Belanghebbende en zijn echtgenote bezaten drie onroerende zaken, waarvan twee werden verhuurd en één leegstond vanwege een procedure voor een bouwvergunning. Belanghebbende had deze onroerende zaken in box 3 opgegeven, maar stelde in bezwaar dat de exploitatie in box 1 moest worden belast en dat hij recht had op hogere aftrek van buitengewone uitgaven.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een onderneming of een exploitatie die normaal vermogensbeheer te buiten gaat. Er is geen bewijs geleverd van actieve exploitatie zoals uitponding, eigen onderhoud of bijzondere kennis. Ook het feit dat belanghebbende en zijn echtgenote met terugwerkende kracht een firma zijn aangegaan, leidt niet tot een andere conclusie.
Daarnaast heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat de aftrek van buitengewone uitgaven ten onrechte te laag is vastgesteld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2005 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.