ECLI:NL:RBBRE:2008:BQ8770
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid naheffingsaanslag omzetbelasting en boete wegens onvoldoende bewijs inspecteur
Belanghebbende exploiteert een beautysalon en heeft tevens inkomsten uit prostitutie. Voor het jaar 2006 werd een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd door de inspecteur, gebaseerd op een suppletieverzoek dat door een derde namens belanghebbende was ingediend. Belanghebbende betwistte de aanslag en de daarbij opgelegde boete, stellende dat het suppletieverzoek op een misverstand berustte en dat de gebruikte cijfers fictief waren.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur de naheffingsaanslag uitsluitend baseerde op het suppletieverzoek zonder nader onderzoek naar de juistheid van de cijfers. De door belanghebbende overgelegde originele kasboeken en bewijs van onwerkelijke omzetdagen maakten aannemelijk dat de gebruikte jaarstukken niet de werkelijkheid weerspiegelen. De inspecteur slaagde er niet in de juistheid van de aanslag te bewijzen.
Daarom vernietigde de rechtbank de naheffingsaanslag en de boete. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en werd de staat aangewezen als de partij die deze kosten moet vergoeden. Partijen werd de mogelijkheid gegeven om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en de verzuimboete wegens onvoldoende bewijs van de inspecteur.