ECLI:NL:RBBRE:2008:BZ8819
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens onvoldoende bewijs schijnconstructie
Belanghebbende, samen met zijn zoon actief in een maatschap voor groenteteelt, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2000, inclusief boete en heffingsrente. De inspecteur stelde dat de contracten met de Poolse vennootschap [onderneming E] schijnconstructies waren om belasting te ontwijken, en rekende de winst toe aan belanghebbende.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur een nieuw feit had aangetoond dat navordering rechtvaardigde, maar dat de inspecteur onvoldoende bewijs leverde dat de contracten niet de werkelijke afspraken weerspiegelden. De maatschap bleef betrokken bij de oogst en gebruikte Pools personeel via de vennootschap. De winst van [onderneming E] was hoog, maar niet onredelijk voor de geleverde diensten.
De rechtbank verwierp de stelling dat belanghebbende zijn administratieplicht had geschonden en oordeelde dat de bewijslast niet mocht worden omgekeerd. Het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden. De navorderingsaanslag, boete en heffingsrente werden vernietigd. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2000, boete en heffingsrente worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs schijnconstructie.