ECLI:NL:RBBRE:2009:BH1367
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. den Hartog
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Buitenlandse pensioenregeling kwalificeert niet als vrijgestelde aanspraak onder Wet LB 1964
Belanghebbende, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde Ltd, zond werknemers uit naar Nederland en bood hen een speciale pensioenregeling aan die niet voortzetting was van eerdere regelingen en na terugkeer werd stopgezet. De rechtbank beoordeelde of deze regeling als vrijgestelde aanspraak onder de Wet LB 1964 kon worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat de pensioenregeling niet voldeed aan de Nederlandse voorwaarden voor vrijstelling en dat belanghebbende geen verzoek had ingediend om de regeling als zuivere buitenlandse pensioenregeling aan te wijzen. Jurisprudentie van het Hof van Justitie werd aangehaald om te onderstrepen dat fiscale neutraliteit bij uitzending niet gegarandeerd is en dat verschillen tussen lidstaten kunnen leiden tot meer of minder belastingdruk.
Belanghebbende stelde dat het vrije verkeer van werknemers werd geschonden door de belastingheffing, maar de rechtbank oordeelde dat de situatie wezenlijk anders was dan bij voortzetting van bestaande pensioenregelingen en dat er geen sprake was van ongelijke behandeling. De naheffingsaanslag werd verminderd op basis van een deelcompromis, het beroep werd gegrond verklaard, maar het geschilpunt over de pensioenregeling werd ongegrond bevonden.
Uitkomst: De pensioenregeling kwalificeert niet als vrijgestelde aanspraak, maar het beroep wordt gegrond verklaard vanwege een ander geschilpunt en de naheffingsaanslag wordt verminderd.