ECLI:NL:RBBRE:2009:BH4455
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning en vrijstelling bestemmingsplan voor vrijstaande woning
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om een bouwvergunning en vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen voor de bouw van een vrijstaande woning aan een adres te Breda. Zij vroegen tevens om een voorlopige voorziening om de bouw te schorsen.
De aanvraag voor de bouwvergunning was ingediend vóór de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (WRO) en viel daarom onder het oude regime. Verweerder had op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO vrijstelling verleend van het bestemmingsplan, ondanks dat het bouwplan op onderdelen afwijkt van het bestemmingsplan, zoals een iets grotere bouwhoogte en een groter bebouwd oppervlak.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was de vrijstelling te verlenen en dat dit in redelijkheid was gebeurd. Het bouwplan deed geen onevenredige afbreuk aan het groene karakter van de wijk, mede omdat het bestemmingsplan zelf de bouw van grote villa’s toestaat. Ook was geen sprake van een onjuiste procedure of strijd met de bouwverordening. Het onderzoek naar mogelijke schade door bronbemaling was adequaat en het welstandsadvies was deugdelijk gemotiveerd.
Gelet op deze voorlopige beoordeling zag de voorzieningenrechter geen reden om de bouwvergunning te schorsen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd dan ook afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning en vrijstelling van het bestemmingsplan wordt afgewezen.