ECLI:NL:RBBRE:2009:BH5369
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Kralingen
- Louwerse
- De Schepper
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en werkstraf voor vertonen geslachtsdeel aan minderjarigen via webcam
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het vertonen van zijn geslachtsdeel aan meisjes onder de 16 jaar via een webcamverbinding. Verdachte deed zich voor als een jongere en voerde seksueel getinte gesprekken met de meisjes, waarbij hij hen verzocht de webcam aan te zetten. Toen dit gebeurde, zagen de meisjes dat verdachte zich aan het aftrekken was. De rechtbank oordeelde dat dit gedrag onder artikel 240a Sr valt, omdat de realiteit via technische hulpmiddelen werd afgebeeld.
De verdediging voerde aan dat het tonen van een ontbloot geslachtsdeel via webcam niet als een afbeelding in de zin van artikel 240a Sr kon worden beschouwd en dat de meisjes deels wisten wat zij zouden zien. Dit verweer werd verworpen omdat de wetgever juist minderjarigen wil beschermen tegen ongewenste beïnvloeding, ongeacht de wil van de jeugdige. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte met voorwaardelijk opzet handelde en dat hij redelijkerwijs moest vermoeden dat de meisjes onder de 16 jaar waren.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het tonen van een seks-/pornofilm, omdat onvoldoende bewijs was dat de meisjes deze zelf hadden gezien. Verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van twee jaar. De voorwaardelijke straf wordt alleen ten uitvoer gelegd bij recidive binnen de proeftijd.
De strafoplegging houdt rekening met het blanco strafblad van verdachte en zijn verklaring dat hij zijn fout inziet. De uitspraak benadrukt het belang van bescherming van minderjarigen tegen schadelijke seksuele beelden via moderne communicatietechnologieën.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 100 uur werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand wegens vertonen geslachtsdeel aan minderjarigen via webcam.