ECLI:NL:RBBRE:2009:BH5390
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning wegens ontbreken instandhoudingstermijn en onvoldoende onderbouwing tijdelijke duur onderwijsgebouw
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeente Moerdijk tot verlening van een bouwvergunning en tijdelijke vrijstelling voor een tijdelijk onderwijsgebouw op een perceel te Zevenbergen. Tevens werd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 45, eerste lid, van de Woningwet een instandhoudingstermijn in de bouwvergunning moet worden opgenomen wanneer een vergunning wordt verleend na toepassing van artikel 17 van Pro de WRO. Deze termijn ontbreekt in het bestreden besluit. Daarnaast zijn er onvoldoende concrete en objectieve gegevens om aan te nemen dat het bouwwerk niet langer dan vijf jaar in stand zal blijven, aangezien de bruikleenovereenkomst slechts een gebruiksduur tot 10 oktober 2013 garandeert, maar geen sloopverplichting.
De voorzieningenrechter verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en schorst de bouwvergunning en tijdelijke vrijstelling tot zes weken na verzending van de nieuwe beslissing op bezwaar. Verzoekers krijgen het griffierecht vergoed en de gemeente wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk, behalve tegen de voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de bouwvergunning geschorst.