ECLI:NL:RBBRE:2009:BH6368
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Pulskens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid opleggen tijdelijk huisverbod ondanks gelijktijdige detentie
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van de burgemeester van Breda tot het opleggen van een tijdelijk huisverbod van tien dagen, ingaande 8 maart 2009. Het huisverbod werd opgelegd vanwege ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van een medebewoner, belanghebbende, die eerder zwaar lichamelijk letsel had opgelopen door verzoeker.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het gelijktijdig opleggen van een huisverbod en inverzekeringstelling niet is uitgesloten, zeker niet bij een korte detentie zoals in deze zaak. Het huisverbod omvatte ook een contactverbod, noodzakelijk vanwege de grote angst van belanghebbende voor fysiek geweld.
Verzoekers stelling dat de burgemeester het huisverbod na beëindiging van de detentie ambtshalve had moeten heroverwegen, werd verworpen. De wet schrijft een vaste termijn van tien dagen voor het huisverbod voor, zonder verplichting tot tussentijdse toetsing.
Ook het argument dat hulpverlening nog niet was gestart en dit de rechtmatigheid zou aantasten, werd niet gevolgd. De primaire doelstelling van het huisverbod is het keren van onmiddellijk gevaar, terwijl hulpverlening een secundair doel is en buiten de primaire verantwoordelijkheid van de burgemeester valt.
De rechtbank concludeerde dat de burgemeester de belangen zorgvuldig heeft afgewogen en het huisverbod in redelijkheid heeft opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van het tijdelijk huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.