ECLI:NL:RBBRE:2009:BH6676
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. den Hartog
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende te kwader trouw bij onjuiste vrijval voorziening en matiging boete
Belanghebbende, een belastingadviseur en administrateur, vormde in 1994 een voorziening voor een aansprakelijkheidsclaim. Na een procedure werd hij in 2000 in het gelijk gesteld, waarna hij in 2001 de voorziening vrij liet vallen, maar dit bedrag niet als winst opgaf. De inspecteur legde een navorderingsaanslag en een vergrijpboete op.
De rechtbank stelt vast dat de vrijval van een voorziening in principe tot belastbare winst leidt en dat belanghebbende dit bewust onjuist heeft aangegeven, wat kwade trouw inhoudt. Hierdoor is navordering toegestaan. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende, gezien zijn deskundigheid, de fiscale gevolgen kende.
Hoewel de boete terecht is opgelegd, wordt deze gematigd van €22.471 naar €2.000 vanwege de financiële situatie van belanghebbende, zijn leeftijd, geringe jaarwinst en de overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep wordt gegrond verklaard voor de boete en ongegrond voor de navordering. Tevens worden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Navordering gegrond wegens kwade trouw, boete gematigd tot €2.000 wegens financiële omstandigheden en termijnoverschrijding.