ECLI:NL:RBBRE:2009:BH6859
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Brouwer
- D. Hund
- R.W. Otto
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet aannemelijk gemaakte badwill bij waardering activa
Belanghebbende, een B.V., heeft activa gekocht uit de failliete boedel van een andere B.V. voor €75.000, terwijl zij stelde dat de werkelijke waarde €498.557 bedroeg. Zij wilde de activa op de fiscale balans opnemen tegen de economische waarde en het verschil als badwill passiveren.
De rechtbank overweegt dat activa in beginsel worden gewaardeerd tegen de overnameprijs en dat de bewijslast voor een afwijkende waardering bij belanghebbende ligt. Badwill wordt gedefinieerd als het verschil tussen aankoopprijs en hogere intrinsieke waarde veroorzaakt door onderrentabiliteit. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake was van onderrentabiliteit, mede omdat de curator verklaarde dat geen korting voor onderrentabiliteit was gegeven.
Een fax van een taxateur met een hogere waardering werd niet als doorslaggevend beschouwd vanwege gebrek aan detaillering en omdat het niet vaststaat dat onderrentabiliteit de reden was voor de lagere prijs. Ook het betoog dat sprake was van een going-concern overname werd verworpen, omdat alleen activa werden gekocht.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag vennootschapsbelasting wordt ongegrond verklaard omdat badwill niet aannemelijk is gemaakt.