ECLI:NL:RBBRE:2009:BH7053
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kok
- De Graaf
- Ebben
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling wegens ontbreken psychische stoornis en laag recidivegevaar
De rechtbank Breda heeft op 20 maart 2009 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van de heer verdachte afgewezen. Het Pieter Baan Centrum (PBC) concludeerde dat ten tijde van het delict geen sprake was van een persoonlijkheidsstoornis of andere psychische stoornis, en dat het recidivegevaar laag is. De TBS-instelling daarentegen adviseerde verlenging vanwege een waanstoornis en narcistische persoonlijkheidsstoornis met paranoïde trekken, maar dit advies werd door de rechtbank minder zwaar gewogen.
De rechtbank baseerde zich op het onafhankelijke en uitvoerige onderzoek van het PBC, waarbij de heer verdachte opnieuw werd onderzocht en geobserveerd. Het PBC stelde dat de waanstoornis van het achtervolgingstype pas tijdens de TBS-periode is ontstaan en dat er geen persoonlijkheidsstoornis aanwezig was ten tijde van het delict. Het recidivegevaar werd vooral gekoppeld aan mogelijk hernieuwd alcoholmisbruik, maar dit risico werd als laag ingeschat.
De rechtbank overwoog dat verlenging van de TBS alleen gerechtvaardigd is indien het recidivegevaar voortvloeit uit een psychische stoornis die aanwezig was tijdens het delict. Omdat dit niet het geval was en het recidivegevaar beperkt is, werd de verlenging afgewezen. Wel achtte de rechtbank enige nazorg gewenst vanwege de mogelijke moeilijkheden bij terugkeer in de maatschappij, maar dit kan niet via de TBS worden geboden.
De heer verdachte gaf aan begeleiding te willen, maar vrijwillig en niet in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging. De rechtbank sprak de hoop uit dat hij zelf hulp zal zoeken. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer bestaande uit Kok, De Graaf en Ebben.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af wegens ontbreken van een psychische stoornis ten tijde van het delict en laag recidivegevaar.