ECLI:NL:RBBRE:2009:BH9853
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Kralingen
- Louwerse
- Breeman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens strijdigheid rookverbod horeca zonder personeel met gelijkheidsbeginsel
In deze strafzaak stond de vraag centraal of een ondernemer zonder personeel verplicht was een rookverbod in zijn horecagelegenheid in te stellen en te handhaven. De officier van justitie stelde dat verdachte dit niet had gedaan, terwijl de verdediging betoogde dat het rookverbod voor horeca zonder personeel geen wettelijke grondslag heeft en bovendien in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat het rookverbod voor horeca zonder personeel weliswaar een wettelijke grondslag vindt in artikel 11a, vierde lid, van de Tabakswet en artikel 10, tweede lid, van die wet, maar dat de regeling in de praktijk leidt tot ongelijke behandeling van horeca met en zonder personeel. Kleine cafés zonder personeel kunnen vaak geen aparte rookruimten creëren, wat leidt tot onevenredige nadelen en omzetverlies.
Daarom vond de rechtbank dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt en dat artikel 3 van Pro het Besluit Uitvoering, voor zover het een rookverbod bevat, buiten toepassing moet blijven. Dit betekent dat verdachte niet verplicht was een rookverbod in te stellen en te handhaven. Gelet hierop sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
De rechtbank verwierp ook andere verweren, waaronder strijd met het legaliteitsbeginsel, het vrije verkeer van goederen en het eigendomsrecht, omdat de vrijspraak op grond van het gelijkheidsbeginsel voldoende was. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 3 april 2009.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het rookverbod voor horeca zonder personeel in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.