ECLI:NL:RBBRE:2009:BH9965
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrek omzetbelasting bij gemengd gebruik woning en werkruimte
Belanghebbende, een BV, en haar directeur-grootaandeelhouder (dga) kochten samen een woning waarvan 23% zakelijk werd gebruikt en 77% privé. Belanghebbende claimde aftrek van 50% van de betaalde omzetbelasting bij aankoop, maar de inspecteur corrigeerde dit omdat aftrek alleen mogelijk is voor het zakelijk gebruikte deel.
De rechtbank bevestigde dat bewoning van een woning als eindverbruik geldt en geen recht op aftrek geeft, behalve bij verhuur binnen een hotel- of pensionbedrijf. Omdat slechts 23% van het pand zakelijk werd gebruikt en belanghebbende eigenaar was van de helft, kon zij slechts 11,5% van de niet direct toerekenbare voorbelasting aftrekken.
De rechtbank verwierp de stelling van een fiscale eenheid tussen belanghebbende en de dga, en bevestigde de correctie van de naheffingsaanslag. De opgelegde boete wegens te weinig aangegeven omzetbelasting werd gerechtvaardigd geacht, maar vanwege een overschrijding van de redelijke termijn werd de boete verminderd van €554 naar €332.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar, en veroordeelde de inspecteur tot vermindering van de naheffingsaanslag en boete. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed aan belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden verminderd en het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.