ECLI:NL:RBBRE:2009:BI0187
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. van Duijn
- Rechtspraak.nl
Bedrijfswoning met bedrijfsruimte vormt één goed voor omzetbelasting
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, heeft een bedrijfswoning met bedrijfsruimte gebouwd. De rechtbank moest beoordelen of deze onroerende zaak als één goed moet worden aangemerkt voor de heffing van omzetbelasting, wat gevolgen heeft voor de aftrek van voorbelasting.
De inspecteur stelde dat door een eenvoudige bouwkundige ingreep de woning en bedrijfsruimte als zelfstandige goederen konden worden beschouwd, wat belanghebbende betwistte. De rechtbank oordeelde dat het bedrijfsgedeelte niet zelfstandig bruikbaar is vanwege het ontbreken van een zelfstandige ingang en sanitaire voorzieningen, en dat de onroerende zaak derhalve als één goed moet worden gezien.
Op grond hiervan werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, vernietigde de rechtbank de uitspraak op bezwaar en de teruggaafbeschikking, en werd een teruggave van € 22.161 aan omzetbelasting toegekend. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en een teruggave van € 22.161 aan omzetbelasting wordt toegekend.