ECLI:NL:RBBRE:2009:BI0210
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Waardering erfpachtrechten bij terbeschikkingstelling aan eigen vennootschap
Belanghebbende, houder van een aanmerkelijk belang in een vennootschap, stelde erfpachtrechten ter beschikking aan deze vennootschap. De rechtbank beoordeelde of de erfpachtrechten op 1 januari 2001 op de terbeschikkingstellingbalans terecht waren gewaardeerd op €453.780, zoals door belanghebbende opgegeven, of op nihil zoals de inspecteur stelde.
De rechtbank stelde vast dat de verkrijgingsprijs van de erfpachtrechten in 1999 nihil bedroeg en dat deze prijs tussen onafhankelijke derden tot stand was gekomen. De waardestijging sinds 1999 werd toegeschreven aan investeringen en gewijzigde exploitatie door de vennootschap, niet door belanghebbende zelf. Daarom kon de hogere gebruikswaarde niet leiden tot een hogere waardering op de balans van belanghebbende.
De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad uit 1974 waarin werd geoordeeld dat een belanghebbende geen bedrag op de balans kan activeren voor een erfpachtrecht als hij zelf geen investering heeft gedaan. Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep van belanghebbende ongegrond en wees de aanslag van de inspecteur toe.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.