ECLI:NL:RBBRE:2009:BI0213
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A. den Hartog
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrek onderhoudskosten buitenlands monumentenpand verboden belemmering kapitaalverkeer
Belanghebbende, een Nederlandse belastingplichtige woonachtig in België, bracht onderhoudskosten van een Belgisch kasteel in aftrek als uitgaven voor monumentenpanden volgens de Nederlandse Wet IB 2001. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat het kasteel niet in de Nederlandse monumentenregisters was ingeschreven, zoals vereist door artikel 6.31 Wet IB 2001.
De rechtbank oordeelde dat deze voorwaarde een verboden belemmering vormt van het vrije kapitaalverkeer op grond van artikel 56 EG Pro-Verdrag, aangezien vergelijkbare situaties (beschermde monumenten in België) ongelijk worden behandeld zonder objectieve rechtvaardiging. De rechtbank verwees naar arresten van het HvJ EG, waaronder Jäger en Persche, en concludeerde dat het kasteel, indien in Nederland gelegen, in een register zou kunnen worden ingeschreven.
De rechtbank verwierp bezwaren dat sprake zou zijn van belemmering van het vrije verkeer van werknemers of vestiging. De navorderingsaanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 50.159. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van € 966 en het griffierecht van € 39 aan belanghebbende vergoed.
De uitspraak benadrukt dat nationale fiscale voordelen gekoppeld aan monumentenregistratie in Nederland niet mogen leiden tot discriminatie van grensoverschrijdende eigenaren van beschermde monumenten in andere lidstaten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van aftrek tot in Nederland geregistreerde monumenten een verboden belemmering van het vrije kapitaalverkeer vormt en kent de aftrek toe aan belanghebbende.