ECLI:NL:RBBRE:2009:BI0534
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Exploitatie seksinrichting en omzetbelasting: geen uitsluitend kamerhuur, algemene tariefheffing
Belanghebbende exploiteerde een eenmanszaak met een vergunning voor een seksinrichting en stelde dat hij uitsluitend kamers verhuurde aan prostituees. De inspecteur betwistte dit en legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op tegen het algemene tarief.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat het slechts om kamerhuur ging. De prostituees maakten gebruik van het gehele pand en er werd toezicht gehouden. De dienstverlening werd ervaren als gelegenheid tot seksueel vermaak, wat één dienst vormt waarover omzetbelasting is verschuldigd.
Belanghebbende voerde aan dat betaling voor kamerhuur en seksuele diensten gescheiden verliep, maar de rechtbank volgde het Europese Hof van Justitie dat een economische eenheid niet kunstmatig gesplitst mag worden.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen omdat een vaststellingsovereenkomst met de belastingdienst geen gevolgen had voor de naheffingsaanslag. Ook klachten over druk vanuit de belastingdienst en procedurele onzorgvuldigheden werden niet gehonoreerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.