ECLI:NL:RBBRE:2009:BI2598
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontruiming bovenste etage wegens hospitaverhuur na opzegging onderhuurovereenkomst
Eiser huurde vanaf 1 oktober 2008 een woning waarvan hij de bovenste etage onderverhuurde aan gedaagden. De onderhuurovereenkomst betrof onzelfstandige woonruimte binnen het hoofdverblijf van eiser, met een maandelijkse huurprijs van €650 inclusief servicekosten. Eiser zegde de onderhuurovereenkomst op 29 oktober 2008 op met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden en sommeerde gedaagden tot ontruiming.
Gedaagden voerden verweer door te stellen dat er geen sprake was van hospitaverhuur en dat de huurovereenkomst voor twee jaar was aangegaan tot 1 oktober 2010. Tevens betwistten zij het spoedeisend belang van eiser. De kantonrechter oordeelde voorshands dat de elementen van artikel 7:232 lid 3 BW Pro (hospitaverhuur) aanwezig waren en dat de opzegging rechtsgeldig was. De beoogde duur van twee jaar door partijen deed hieraan niet af.
De kantonrechter stelde vast dat eiser een spoedeisend belang had vanwege een onhoudbare woonsituatie en onrechtmatig verblijf van gedaagden. Omdat bij hospitaverhuur geen huurdersbescherming geldt, werd de gevorderde ontruiming toegewezen. De ontruimingstermijn werd vastgesteld op vier weken na betekening van het vonnis. De gevorderde machtiging tot ontruiming met politie-inzet werd afgewezen omdat dit niet op de wet berust.
Gedaagden werden veroordeeld tot ontruiming en betaling van de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken na betekening van het vonnis.