ECLI:NL:RBBRE:2009:BI3560
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting bij vergunning voor twee kentekens
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente vanwege het ontbreken van een zichtbaar geldige parkeervergunning in een voertuig dat geparkeerd stond op een vergunninghouderparkeerplaats.
De rechtbank stelde vast dat er voor twee kentekens één parkeervergunning was afgegeven, maar dat deze vergunning niet zichtbaar was in het gecontroleerde voertuig. Belanghebbende voerde aan dat de vergunning mogelijk per ongeluk was losgeraakt van de voorruit, en verwees naar een eerdere uitspraak waarbij een vergelijkbare naheffingsaanslag werd vernietigd.
De rechtbank oordeelde echter dat de situatie anders was omdat de vergunning voor twee kentekens gold en niet kon worden uitgesloten dat de vergunning op het moment van controle in het andere voertuig aanwezig was. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat de parkeerbelasting was voldaan voor het voertuig zonder zichtbare vergunning.
Op basis van de vastgestelde feiten en het ontbreken van een zichtbare vergunning achtte de rechtbank het aannemelijk dat de parkeerbelasting niet was voldaan en verklaarde het beroep ongegrond. De naheffingsaanslag werd als terecht en correct opgelegd beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is ongegrond verklaard en de aanslag is bevestigd.