ECLI:NL:RBBRE:2009:BI4142
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding SpeechEasy als adequate werkvoorziening tegen stotteren
Eiser, een assistent-inkoper die sinds zijn jeugd stottert, vroeg vergoeding voor de SpeechEasy, een apparaat dat stotteren zou verminderen. Verweerder, het UWV, wees de aanvraag af op grond van een landelijke mailinstructie die stelt dat dergelijke hulpmiddelen niet als adequate en specifieke werkvoorzieningen worden beschouwd vanwege het ontbreken van duidelijkheid over nut en effect op lange termijn.
De rechtbank overwoog dat de gedragslijn van verweerder in beginsel de rechterlijke toets kan doorstaan. Gezien artikel 2, derde lid van het Reïntegratiebesluit moet een voorziening adequaat zijn, en verweerder kan niet worden gehouden een voorziening te verlenen waarvan het nut en effect onmiskenbaar onvoldoende duidelijk zijn. Eiser voerde aan dat hij de SpeechEasy twee dagen mocht uitproberen en dat het hem hielp in zijn werk, maar dit werd onvoldoende geacht om een bijzondere omstandigheid aan te nemen.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit standhoudt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat voorzieningen zonder bewezen effectiviteit op lange termijn niet als adequate werkvoorzieningen worden erkend onder de WIA.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van vergoeding voor de SpeechEasy wordt ongegrond verklaard.