ECLI:NL:RBBRE:2009:BI4588
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurder niet aansprakelijk voor boete loonheffingen wegens ontbreken opzet vennootschap
Belanghebbende, als enig bestuurder van een vennootschap, werd aansprakelijk gesteld voor een boete in een naheffingsaanslag loonheffingen over 2004. De boete was opgelegd vanwege te lage aangiften loonheffingen die door een administratiekantoor waren ingediend.
De rechtbank stelde vast dat hoewel belanghebbende als bestuurder verantwoordelijk was voor de juiste aangiften, onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de vennootschap zelf opzet had bij het doen van onjuiste aangiften. Het beroep op het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2006 (BNB 2007/151) werd gehonoreerd, waarbij werd geoordeeld dat het inschakelen van een adviseur met opzet niet automatisch opzet bij de belastingplichtige zelf impliceert.
De rechtbank vernietigde daarom de beschikking aansprakelijkstelling en de uitspraak op bezwaar, en veroordeelde de ontvanger tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor opzet bij de vennootschap alvorens een bestuurder aansprakelijk kan worden gesteld.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikking aansprakelijkstelling en verklaart het beroep van de bestuurder gegrond wegens onvoldoende bewijs van opzet bij de vennootschap.