ECLI:NL:RBBRE:2009:BI5918
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrondverklaring wegens schending van beginselen van behoorlijk bestuur bij parkeerboete hulpverleningsvoertuig
Betrokkene kreeg een beschikking voor het parkeren in strijd met een parkeerverbod en het niet voldoen aan een aanwijzing van een bevoegde ambtenaar. Hij stelde dat het repareren van een defecte bus op het hulpverleningsvoertuig sneller verliep dan deze eerst te lossen en daarna weer te laden, en dat hij geen gelegenheid kreeg dit uit te leggen. De verbalisant verklaarde dat betrokkene geen verklaring wilde geven.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene het meest wenselijke had gedaan door de bus op het voertuig te laten staan, waardoor minder verkeershinder ontstond dan bij opvolging van de aanwijzing. Het niet voldoen aan de aanwijzing werd hem daarom niet tegengeworpen. De officier van justitie had het uitgebreide verweer van betrokkene moeten behandelen en hem moeten horen, maar dit is niet gebeurd.
Hierdoor zijn algemene beginselen van behoorlijk bestuur geschonden, zoals het ontbreken van hoor en wederhoor en een deugdelijke motivering. Betrokkene is daardoor in zijn belangen geschaad. De tekortkomingen zijn van dien aard dat herstel in deze procedure niet mogelijk is. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard en de zekerheid wordt aan betrokkene terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beslissingen van de officier van justitie worden vernietigd.