ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ1705
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag successierecht wegens niet-overleggen aangifte door inspecteur
Belanghebbende, dochter van de erflater, kreeg een aanslag successierecht opgelegd gebaseerd op de aangifte die door de weduwe van de erflater was ingediend. Belanghebbende beschikte echter niet over deze aangifte en de inspecteur weigerde deze aan de rechtbank te overleggen. De rechtbank oordeelde dat de aangifte, als basis van de aanslag, tot de gedingstukken behoort die aan de rechtbank moeten worden overgelegd volgens artikel 8:42 van Pro de Awb.
De inspecteur stelde dat zij niet bevoegd was de aangifte over te leggen omdat het een persoonlijk stuk van de weduwe betreft en er geen toestemming was gegeven. De rechtbank verwierp dit standpunt en wees op artikel 8:31 Awb Pro, dat de rechtbank de bevoegdheid geeft om gevolgen te verbinden aan het niet overleggen van stukken. Omdat belanghebbende geen eigen wetenschap had van de nalatenschap en de aangifte essentieel was voor de beoordeling van de aanslag, leidde de weigering tot vernietiging van de aanslag.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tevens in de proceskosten van belanghebbende en bepaalde dat het griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aanslagen successierecht wegens het niet overleggen van de aangifte door de inspecteur.