ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ3222

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
22 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
527057 cv 09-444
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Risico van weigering filmautomaat bij retourneren ligt bij verhuurder

De zaak betreft een geschil tussen Spook B.V., handelend onder Videoland Emmen, en een huurder over de huur en retournering van een film via een filmautomaat in een supermarkt. De huurder had een film gehuurd en bij retournering werd zijn pasje door de automaat ingeslikt, waardoor hij de film niet kon inleveren. De verhuurder stelde dat de huurder te laat had geretourneerd en vorderde huurpenningen, aankoopprijs en administratiekosten.

De rechtbank stelt vast dat het risico dat de automaat de film niet accepteert, in beginsel bij de verhuurder ligt, tenzij de huurder verwijtbaar heeft gehandeld, wat hier niet het geval was. De film wordt geacht te zijn geretourneerd op de dag dat het pasje werd ingeslikt. De huurperiode wordt naar redelijkheid vastgesteld op zeven dagen, waarover de huurder €24,50 aan huurpenningen moet betalen.

De vordering van de verhuurder tot betaling van hogere bedragen wordt afgewezen. De huurder hoeft geen extra kosten te betalen en de wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. Proceskosten worden begroot op nihil omdat de huurder geen aanspraak maakte op reis- en verletkosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €24,50 huurpenningen plus wettelijke rente vanaf dagvaarding.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector kanton
Locatie Tilburg
zaak/rolnr.: 527057 CV 09-444
vonnis d.d. 22 juli 2009
inzake
de besloten vennootschap Spook B.V., handelend onder de naam Videoland Emmen,
gevestigd en zaakdoende te Emmen,
eisende partij bij exploot van dagvaarding d.d. 13 januari 2009,
gemachtigde: Weggemans Incasso & Gerechtsdeurwaarders te Emmen,
tegen:
[gedaagde],
wonende te [adres],
gedaagde partij bij voormeld exploot,
procederend in persoon.
1. Het verloop van het geding
Dit blijkt uit de navolgende stukken:
a. het tussenvonnis van 15 april 2009 met alle daarin genoemde stukken,
b. de aantekeningen van de griffier met betrekking tot het verhandelde ter terechtzitting van 9 juni 2009.
De inhoud van deze stukken, met inbegrip van de ter comparitie overgelegde bescheiden, wordt als hier ingevoegd beschouwd.
2. Overwegingen
Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken, staat in rechte vast als volgt.
Tussen partijen bestaat een overeenkomst met betrekking tot de huur van een film, in juli 2008, uit de automaat in de supermarkt C1000 te Baarle Nassau. Gedaagde heeft in die maand van eiseres een film gehuurd uit bedoelde automaat.
Na enige tijd de film te hebben gehuurd heeft gedaagde gepoogd de film te retourneren. Dit kan slechts door deze in te leveren in de automaat nadat die automaat deze heeft geaccepteerd. Die acceptatie vindt slechts plaats indien het bij gedaagde in bezit zijnde pasje na het invoeren van de juiste code door de automaat wordt geaccepteerd.
De automaat heeft bij de poging tot inlevering van de film het pasje van gedaagde “ingeslikt”, waardoor gedaagde niet meer in staat was de film die dag in te leveren.
Vervolgens heeft gedaagde telefonisch contact opgenomen met eiseres, die is gevestigd te Emmen. Eiseres heeft toegezegd een nieuw pasje aan gedaagde toe te zenden, zodat gedaagde in staat zou zijn de film te retourneren in de automaat. Dit pasje is door eiseres verzonden, waarbij zij het pasje heeft voorzien van €10,00 tegoed. Na enige tijd is het pasje door gedaagde ontvangen. Toen gedaagde met het nieuwe pasje de film via de automaat wilde retourneren, gaf de automaat aan dat dit slechts mogelijk was na betaling van €50,00. Die betaling heeft gedaagde geweigerd zodat de film niet kon worden geretourneerd. Enige weken later heeft gedaagde de film aangetekend aan eiseres verzonden. Deze is door eisers ontvangen op 15 augustus 2008.
Bij dagvaarding stelt eiseres dat zij €3,50 per dag per film in rekening brengt, indien deze te laat wordt geretourneerd, met een maximum van een totale huurperiode van 30 dagen en dat na 30 dagen gedaagde eigenaar is geworden van de film waardoor hij de aankooprijs van de film van €150,00 aan eiseres verschuldigd is geworden. Aldus vordert eiseres terzake van huur €105,00, terzake van de aankoopprijs €150,00 en terzake van administratiekosten €12,50, zijnde een totaalbedrag van €267,50. Zij verwijst daartoe naar haar Algemene Voorwaarden. Tevens vordert eiseres buitengerechtelijke kosten en rente.
Door gedaagde is gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering. Gedaagde is slechts bereid €25,00 aan eiseres te voldoen terzake van huur van de film.
Op 9 juni 2009 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden.
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Van doorslaggevend belang in de onderhavige kwestie is de omstandigheid dat de automaat waarvan eiseres zich bedient voor het uitlenen en retourneren van films, de in het geding zijnde film niet heeft geaccepteerd toen gedaagde deze wilde retourneren, waarna gedaagde niets anders restte dan contact op te nemen met eiseres.
Naar het oordeel van de kantonrechter ligt het risico dat een gehuurde film die ter retournering wordt aangeboden, door de automaat wordt geweigerd in beginsel bij de partij die zich van deze methode bedient, zijnde eiseres, tenzij die partij kan aantonen dat het weigeren door de automaat aan de klant kan worden verweten, bijvoorbeeld omdat deze driemaal de onjuiste pincode heeft ingevoerd, dan wel anderszins het pasje onbruikbaar heeft gemaakt.
Als door gedaagde gesteld en door eiseres niet betwist staat in deze vast dat de automaat het pasje van gedaagde heeft “ingeslikt”, zonder aanwijsbare reden en dat vervolgens de film niet kon worden ingeleverd. Er moet dan ook van worden uitgegaan dat gedaagde terzake geen verwijt valt te maken. De film moet dan ook geacht worden te zijn geretourneerd op die dag, althans dient gedaagde tot die dag in redelijkheid de huurpenningen te voldoen.
Ten processe is onduidelijk gebleven op welke dag gedaagde de film is gaan huren. Bij dagvaarding stelt eiseres de datum 2 juli 2008 en vervolgens stelt zij 14 juli 2008. Bij conclusie van repliek stelt zij de datum 7 juli 2008 als aanvangsdatum van de huur. Gedaagde stelt als datum van aanvang 14 juli 2008. Eveneens is onduidelijk gebleven wanneer het pasje door de automaat is ingenomen. Gedaagde stelt zelf dat hij de film een paar dagen heeft gehuurd. De kantonrechter zal de huurperiode naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid bepalen op 7 dagen. Zulks impliceert dat gedaagde terzake van huurpenningen verschuldigd is €24,50. Tot betaling van dit bedrag zal gedaagde worden veroordeeld.
Ter comparitie is gebleken dat gedaagde vrijwel direct na het ontstaan van de discussie tussen partijen heeft aangeboden €25,00 te voldoen tegen finale kwijting, doch dat eiseres steeds heeft gepersisteerd bij haar vordering zoals thans is gesteld. Aldus is voor toewijzing van verdere kosten geen plaats. Nu onduidelijk is gebleven vanaf welke datum eiseres aanspraak heeft gemaakt op de wettelijke rente zal deze rente worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.
Gelet op de afloop van het geding zal eiseres in de proceskosten worden verwezen. Deze zullen evenwel worden begroot op nihil nu gedaagde ter comparitie uitdrukkelijk heeft verklaard geen aanspraak te maken op reis- en verletkosten.
3. De beslissing
De kantonrechter:
Veroordeelt gedaagde om aan eiseres te voldoen een bedrag van €24,50, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf de dag der dagvaarding, 13 januari 2009, tot de voldoening.
Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Verwijst eiseres in de proceskosten aan de zijde van gedaagde gevallen en begroot op nihil.
Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.L. Kerkhofs, kantonrechter te Tilburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 juli 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.