ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ4520
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid van voorbelasting na faillissement dochtervennootschap en beëindiging fiscale eenheid
Belanghebbende, die een fiscale eenheid vormde met haar dochtervennootschap [kantoor X], bracht in aftrek de omzetbelasting die zij betaalde voor kosten ter realisatie van een claim op de waterschappen na het faillissement van deze dochtervennootschap.
De rechtbank stelt vast dat de fiscale eenheid door het faillissement in 1996 is verbroken en dat de claim op de waterschappen tot het bedrijfsvermogen van de dochtervennootschap behoorde, niet tot dat van belanghebbende. De activiteiten van belanghebbende na het faillissement bestonden uitsluitend uit het voeren van procedures ter realisering van deze claim.
De rechtbank oordeelt dat deze activiteiten niet kunnen worden toegerekend aan de gezamenlijke bedrijfsvoering binnen de fiscale eenheid en dat het voeren van procedures op zichzelf geen ondernemerschap voor de omzetbelasting oplevert. Ook de beroep op holdingresoluties en het standpunt dat belanghebbende als factoor optreedt, worden verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Belanghebbende wordt niet als ondernemer aangemerkt en heeft geen recht op aftrek van de in rekening gebrachte omzetbelasting.