ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ4767
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onvoldoende bewijs intracommunautaire leveringen
Belanghebbende, een ondernemer die in 2002 goederen afnam van twee Duitse leveranciers, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting en een vergrijpboete opgelegd door de inspecteur. De inspecteur baseerde zijn aanslag op informatie van de Duitse belastingdienst waaruit bleek dat er meer intracommunautaire leveringen waren geregistreerd dan in de administratie van belanghebbende waren geboekt. Hij stelde dat sprake was van zwarte omzet en legde naheffing op.
Tijdens de zitting stelde belanghebbende dat de administratie van zijn onderneming geen gebreken vertoonde en dat de Duitse leveranciers en zijn Duitse afnemer mogelijk hadden samengewerkt om leveringen aan de afnemer te boeken terwijl hij als afnemer werd vermeld. De rechtbank onderzocht de administraties en betalingen van beide Duitse leveranciers en concludeerde dat de door de inspecteur gestelde leveringen niet aannemelijk waren gemaakt. Zo waren betalingen vaak gedaan met cheques van de Duitse afnemer en niet van belanghebbende zelf, en week het betalingspatroon af van de normale branche-usance.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat de betwiste intracommunautaire leveringen daadwerkelijk aan belanghebbende waren verricht. Daarom werden de naheffingsaanslag en de boete vernietigd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete omzetbelasting zijn vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de inspecteur.