ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ4794
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling winst- en verliesverdeling in maatschap agrarische onderneming
Belanghebbende, die een agrarische maatschap dreef met zijn broer, maakte afspraken waarbij hij alle verliezen droeg en later gecompenseerd zou worden bij positieve resultaten. De inspecteur betwistte de zakelijkheid van deze verliesverdeling en stelde dat deze hoofdzakelijk fiscale motieven had.
De rechtbank oordeelde op basis van de feiten en verklaringen dat de afspraken voortkwamen uit zakelijke belangen, met name de noodzaak om investeringen in pachtrechten te beschermen na rampjaren met mislukte oogsten. De broer verrichtte het leeuwendeel van het werk en zonder deze afspraken zou de voortzetting van de onderneming niet mogelijk zijn geweest.
De rechtbank vond de verliesverdeling niet onzakelijk en stelde het belastbaar inkomen vast op nihil, met een verliesverrekening van € 6.971. Tevens veroordeelde zij de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt verminderd tot nihil.