ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ5024
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag en boete wegens ontbreken nieuw feit en vrijwillige verbetering
Belanghebbende diende een aangifte inkomstenbelasting in over 2002 met een belastbaar inkomen van €51.679. Na een boekenonderzoek legde de inspecteur een navorderingsaanslag op met correcties, waaronder een arbeidsbeloning van €2.800 die in geschil bleef. De rechtbank oordeelde dat voor deze correctie het vereiste nieuwe feit ontbrak en dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende te kwader trouw was.
Daarnaast werd een vergrijpboete opgelegd wegens het verzwijgen van inkomsten, maar de rechtbank stelde vast dat belanghebbende had voldaan aan de voorwaarden van vrijwillige verbetering zoals bedoeld in artikel 67n AWR. Dit bleek uit zijn medewerking aan het FIOD-onderzoek en het tijdig kenbaar maken van de juiste bedragen.
De rechtbank vernietigde daarom de navorderingsaanslag voor het deel van de arbeidsbeloning en de boetebeschikking. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boetebeschikking worden vernietigd wegens ontbreken nieuw feit en toepassing vrijwillige verbetering.